024. Bijbelstudie over de
GEEST
DER WAARHEID - RUACH HA’EMET
tmah xvr
Onlangs kreeg ik een mailtje van een volstrekt onbekende meneer met de boodschap: “Wat ik jullie kan meegeven is wandel in de Geest van waarheid (Romeinen 8:1-10, 2 Tim 1:14) het is aan ons toevertrouwd!!!!!! en verdraag elkaar in liefde ongeacht je ras of wat dan ook. Dus ontvangt de Geest en laat je ook door de Geest vullen zodat we God kunnen begrijpen.” Als reactie hierop schreef ik hem het volgende: “Ik ben heel blij dat u nadrukkelijk wijst op Romeinen 8:1-10. Maar begrijpt u wel wat daar staat? Daar staat namelijk dat een ieder die zich aan G'ds wet onderwerpt, dus wie de Tora naleeft, vervult is met de Heilige Geest. Maar wie denkt dat hij vrij is van de wet en derhalve de zondag viert in plaats van de heilige Shabat en varkensvlees eet wat een gruwel is in G's ogen, die doet zijn eigen zin en onderwerpt zich derhalve niet aan G'ds wet. Zo iemand is dus nog in het vlees en niet in de Geest. Een christen die wel in G'ds Zoon gelooft, maar G'ds wet niet gehoorzaamt, kan dus nooit vervult zijn met de Heilige Geest. Beseft u dat wel??? Heeft u zich onderworpen aan G'ds wet? Eet u kosher, viert u de bijbelse feestdagen volgens de bijbelse kalender en onderhoudt u de Shabat? Als u al deze vragen met "ja" hebt kunnen beantwoorden, dan bent u inderdaad vervuld met de Heilige Geest en dan bent u mijn broeder. Zo niet, dan wil ik u adviseren om u nog meer in de Heilige Schriften te verdiepen en G'ds Woord zorgvuldig te bestuderen en na te leven. Ik wens u daarvoor veel wijsheid en inzicht alsook de zegen en de vrede van Yeshua haMashiach toe!” Enkele dagen kreeg ik het volgende antwoord: “Romeinen 8 zegt duidelijk wie zich door zijn/haar natuur laat leiden brengt de dood mee, de Geest is dus dood, niet actief. We komen allemaal vanuit het geslacht van Adam en Eva, maar wanneer we tot bekering komen tot Jezus en ons laten dopen in de naam van de Vader, Zoon en de Heilige Geest, dan ontvangen we de Heilige Geest gratis, dus als onderpand. En nu komt dat andere stuk. G’d gaf ons een eigen wil en nu is aan ons de keuze of we G’ds wil willen volgen of niet. Hoe we G’ds wet moeten gehoorzamen is puur de Heilige Geest activeren. We kunnen ons niet uit eigen kracht aan G’ds wet houden, maar wanneer we de stap zetten in gehoorzaamheid en vertrouwen op Christus doet de Heilige Geest Zijn werking in ons zodat we G’ds wil kunnen doen en G’d begrijpen en ons aan G’ds wet onderwerpen. En wat het varkensvlees betreft kreeg Petrus in zijn slaap een visioen dat G’d hem de toestemming had gegeven om alle vleessoorten, dus ook varkensvlees, rein te stellen. Daarom is Jezus een mooi voorbeeld van niet mee te gaan met de wet want Hij at ook op de sabbatdag met Zijn discipelen en de schriftgeleerden zeiden tegen Jezus wat U doet is tegen de wet want de sabbat is heilig, maar integendeel zei Jezus de mensenzoon is de baas over de sabbat.”
Deze meneer heeft het dus helaas niet begrepen, en samen met hem velen. Yeshua was absoluut geen voorbeeld van het niet meegaan in de wet, want Hij hield Zich volledig aan de Tora. Hij heeft dus ook nooit gepleit om de Shabat af te schaffen, maar maakte met Zijn uitspraak en Zijn handelingen juist duidelijk waar het met de Shabat precies om gaat. Petrus kreeg in dat visioen ook geen toestemming om varkensvlees te eten, want varkensvlees wordt hier niet eens genoemd en eerlijk gezegd moet ik de eerste christen nog zien die letterlijk al dat wemelende en kruipende ongedierte gaat eten, dat in deze tekst wel genoemd wordt. Dat het in dit visioen niet over het rein verklaren van dieren, maar van mensen gaat, heeft Petrus in vers 28 van Handelingen 10 en later nog een keer in het volgende hoofdstuk zelf uitgelegd. Waarom leest men toch steeds alleen maar datgene wat men wil lezen? Ook de opvatting dat het gehoorzamen van G’ds wet puur een kwestie zou zijn van het activeren van G’ds Geest is een verkeerde gedachte, want ik heb al heel wat pinksterchristenen gezien die allemaal beweren dat zij zich laten leiden door G’ds Geest terwijl ze tegelijkertijd zeggen dat ze vrij zijn van de wet en zich dan ook op geen enkele wijze aan de Tora houden. Hoe kan iemand die zegt vervuld te zijn met de Heilige Geest weigeren om G’ds geboden en inzettingen te gehoorzamen? Het antwoord is simpel: wie zich niet aan G’ds wet onderwerpt, is helemaal niet vervuld met de Heilige Geest, maar is nog steeds in het vlees. Dat zijn niet mijn woorden, maar zo staat het in Romeinen 8:7-8. Kijk zelf maar hoe dat staat in de nieuwe vertaling: “Onze eigen wil staat vijandig tegenover G’d, want hij onderwerpt zich niet aan Zijn wet en is daar ook niet toe in staat. Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan G’d niet behagen. Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van G’ woont in u.” Hier staat dus glashelder dat wie zich door zijn eigen wil laat leiden, G’d niet kan behagen omdat hij zich niet onderwerpt aan Zijn wet, maar wie zich wel aan G’ds wet onderwerpt, die laat zich leiden door de Heilige Geest die in hem woont. Conclusie: wie zich niet aan de Tora onderwerpt, kan helemaal niet vervuld zijn met G’ds Geest, dat is onmogelijk. Eigenlijk staat het hier overduidelijk, maar toch leest men daar blijkbaar gewoon overheen. Vandaar deze bijbelstudie over Romeinen 8:1-10.
Weet u, de Eeuwige heeft nooit gezegd dat Hij Zijn onvoorzichtige kinderen automatisch zal bewaren voor iedere dwaling. Hij roept ons juist op om waakzaam te zijn en geeft ons de opdracht om Zijn Tora stipt na te leven en de geesten te beproeven, want er staat geschreven: “Wie zich aan Zijn geboden houdt blijft in G’d, en G’d blijft in hem. Dat hij in ons blijft, weten we door de Geest die hij ons heeft gegeven. Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van G’d komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van G’d herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Yeshua haMashiach als mens gekomen is, komt van G’d. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van G’d!" (1 Joh 3:24 t/m 4:3, NBV). Sha’ul [Paulus] geeft ons in 1 Thess 5:21 de opdracht om alles te toetsen en deze tekst uit de eerste brief van Yochanan [Johannes] omvat zelfs twee toetsingsmogelijkheden in één, want daar worden twee kenmerken genoemd waaraan wij kunnen zien met welke geest iemand vervuld is, namelijk het al dan niet belijden van Yeshua (4:2-3) en het al dan niet bewaren van G’ds geboden (3:24), want: “Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling!” (4:6). Bij wie één van deze twee kenmerken ontbreekt, die kan de toets niet doorstaan en wij moeten op grond daarvan ernstig rekening houden met de reële mogelijkheid dat er in hem een andere geest werkzaam is dan de Geest van G’d of de door hem toegepaste geestesuitingen niets anders dan werken uit het vlees blijken te zijn. Sha’ul [Paulus] waarschuwt ons derhalve nadrukkelijk dat wij niet zomaar alles klakkeloos moeten geloven wat ons allerlei leraars, leiders en evangelisten willen wijsmaken en ook niet bij alle wonderen en tekenen die ze doen “in de naam van Jezus” er automatisch van uit moeten gaan dat dit door de werking van de Heilige Geest zou geschieden en dus uit G’d zou zijn. Hij geeft ons het dringend advies om alles te toetsen (1 Thess 5:21). Dus nogmaals: waaraan moeten wij het toetsen? Aan het al dan niet belijden van Yeshua en aan het al dan niet naleven van de Tora! Veel christenen denken dat de toets voldoende zou zijn als door de personen in kwestie de naam “Jezus” genoemd wordt. Nog afgezien van het feit dat dit eigenlijk de naam “Yeshua” zou moeten zijn, blijkt helaas dat dit niet voldoende is om de toets te kunnen doorstaan, want Yeshua heeft namelijk zelf gezegd dat de verleiders en valse profeten tekenen en wonderen zouden doen in Zijn naam (Mt 7:21-23, 24:4-5 en 24:11-12 alsook Mc 13:21-23). Hij waarschuwt ons met de woorden: “Wacht u voor de valse profeten, die in schapenvacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven!” (Mt 7:15). Waarom komen deze valse profeten in schapenvacht? Omdat zij sluw infiltreren in de kudde van de Goede Herder en zich door de naam “Jezus” te gebruiken voordoen als echte christenen! Yeshua zegt echter dat wij hen niet moeten geloven, want zij vallen door de mand omdat zij de Tora afwijzen en Hij noemt hen daarom ook “werkers der wetteloosheid”. Zij verkondigen de valse leer dat de gelovigen nu vrij zijn van de Wet, maar Kefa haShaliach [de apostel Petrus] schreef reeds over deze dwaalleraars: “Vrijheid spiegelen zij hun voor, hoewel zij zelf slaven des verderfs zijn; immers, door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men. Want indien zij, aan de bezoedelingen der wereld ontvloden door de erkentenis van de Heer en Verlosser Yeshua haMashiach, toch weer erin verstrikt raken en erdoor overmeesterd worden, dan is hun laatste toestand erger dan de eerste. Het zou immers beter voor hen geweest zijn, geen kennis verkregen te hebben van de weg der gerechtigheid, dan met die kennis zich af te keren van het heilige gebod dat hun overgeleverd is!” (2 Petrus 2:19-21). Toch vinden zij met hun leer om G’ds Wet los te laten alom gehoor want in Mt 24:11 lezen wij dat de wetsverachting toeneemt waardoor de liefde van de meesten zal verkillen, terwijl er in 1 Joh 5:3 over de ware gelovigen precies het tegenovergestelde geschreven staat: “Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen G’ds liefhebben, wanneer wij G’d liefhebben en Zijn geboden doen. Want dit is de liefde G’ds, dat wij Zijn geboden bewaren!” Dus ondanks het feit dat deze dwaalleraars naar eigen zeggen “in Jezus naam” profeteren en “in Jezus naam” boze geesten uitdrijven en “in Jezus naam” vele krachten en wonderen doen zegt Yeshua openlijk tegen hen: “Ik heb u nooit gekend! Gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid!” (Mt 7:22-23). Dat moet ons ook binnen onze eigen kringen en gemeenten bijzonder voorzichtig maken, temeer omdat wij in de Bijbel herhaaldelijk worden opgeroepen om waakzaam te zijn! Het “noemen van Jezus naam” blijkt dus niet voldoende te zijn om te toetsen of iemand vervuld is met de Heilige Geest of met een andere geest. Het al dan niet leven naar de Tora blijkt echt de ultieme toets te zijn, want onderstaande teksten geven duidelijk aan dat het onderhouden van G’ds geboden in directe relatie staat met de inwoning van G’ds Geest in ons binnenste, want Adonai heeft gezegd: “Ik zal Mijn Tora in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven!” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 31:33) en Sha’ul [Paulus] legde uit hoe en waarom Adonai dit zou doen: “niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende G’d, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in onze harten!” (2 Korinthiërs 3:3) - “Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen G’d, want het onderwerpt zich niet aan de Tora van G’d; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen G’d niet behagen. Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest G’ds in u woont!” (Romeinen 8:5-9). “Wie Zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die hij ons gegeven heeft!” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 3:24). Kijk, en daar gaat het nu juist om! Woont Ruach haQodesh, de Geest van G’d inderdaad in u en in mij? Heeft Adonai inderdaad Zijn Tora met de Geest van de levende G’d in uw en mijn hart geschreven? Onderwerpen wij ons inderdaad wel aan de Tora van G’d of zijn wij nog steeds in het vlees? Sha’ul leert ons dat wij vanzelfsprekend de Tora gehoorzamen en Zijn geboden bewaren indien de Geest G’ds in ons woont en zelfs in de rabbijnse geschriften komen wij dit principe tegen: “Jood of niet-jood, man of vrouw, dienaar of vrij man, zij zijn in zoverre allen gelijk dat hun daden bepalen of Ruach haQodesh [de Heilige Geest] in hen is!” (hbr vhyla >rdm Midrash, Eliyahu Raba 10). Als G’ds Geest zowel in Joden alsook niet-joden woont, dan kan het toch niet zo zijn dat alleen maar de Joden zich aan de Tora moeten onderwerpen terwijl de niet-joden vrij zouden zijn van de wet. Nee, dat kan inderdaad niet, want de Eeuwige maakt geen onderscheid gelijk geschreven staat: “Éénzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.” (tvm> Sh’mot [Exodus] 12:49). “Wat de gemeente betreft, éénzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw geslachten: gij en de vreemdeling zullen voor de Eeuwige gelijk zijn. Éénzelfde wet en éénzelfde voorschrift zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft.” (rbdmb Bamidbar [Numeri] 15:15-16). Om deze reden schrijft Sha’ul [Paulus] dan ook dat er: “geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is de Mashiach” (Kolossenzen 3:11) en: “Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Yeshua haMashiach.” (Galaten 3:28). Dat wij echter zonder G’ds kracht niet in staat zijn om Zijn wil te volgen en Zijn geboden te onderhouden omdat wij zwakke mensen zijn, weet onze hemelse Vader maar al te goed! Vandaar dus Zijn belofte: “Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar Mijn inzettingen wandelt en naarstig Mijn verordeningen onderhoudt” (laqzxy Yechez’qel [Ezechiël] 36:27) en: “Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven!” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 31:33). Als antwoord hierop schrijft de psalmist: “Ik heb lust om Uw wil te doen, mijn G’d, Uw wet is in mijn binnenste”. (Psalm 40:9). Onze houding ten opzichte van de Tora is dus naast het belijden van Yeshua de ultieme toets of wij wel of niet vervuld zijn met de Heilige Geest. Indien de Geest van G’d in ons woont, dan onderwerpen wij ons maar al te graag aan de Tora van G’d en als wij dat niet doen, dan woont er een andere geest in ons. Heel simpel eigenlijk! En toch zijn er nog velen die dit gewoon niet zien, want ze gaan ervan uitgaan dat de Tora voor hen niet van toepassing is omdat hun predikanten beweren dat Christus door zijn offer aan het kruis de wet afgeschaft zou hebben en dat degenen die in Hem geloven daarom G’ds wet niet meer hoeven na te komen. Anderen zijn van mening dat de Tora nog wel nageleefd moet worden, maar dan alleen door de Joden en stellen daarmee de “slavernij van de wet” waaronder de Joden gebukt gaan tegenover de vrijheid die de christenen mogen genieten door het evangelie. Zij zien de Tora dan ook als een slavenjuk.
Ik kreeg eens een mailtje met de volgende opmerking over
deze stelling: “In Galaten 5:1 schrijft Paulus: ‘Opdat wij waarlijk vrij
zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet
weder een slavenjuk opleggen.’ Hoe moet ik deze tekst zien? Is dit niet een
duidelijk bewijs daarvoor dat wij vrij zijn van de wet, die toch niemand kan
houden omdat zij te zwaar is en hier een slavenjuk wordt genoemd?” Christenen
beseffen doorgaans niet dat ze de Eeuwige ten diepste kwetsen en beledigen als
zij G’ds wet, de Tora, als slavenjuk zien en
als een zware last ervaren die op hun schouders wordt gelegd. De voorgangers,
de pastors en de evangelisten die deze gevaarlijke dwaling gaan prediken en
ontelbare christenen daardoor verleiden om zich van G’ds wet af te keren, zijn
zich er blijkbaar niet van bewust, dat zij de Eeuwige daarmee verschrikkelijk
boos maken met alle gevolgen van dien, want reeds de profeet Jeremia heeft
geschreven: “De Eeuwige zei tegen mij: ‘Als
iemand, al is het een profeet of een priester, vraagt: Welke last wil de
Eeuwige ons op de schouders leggen? dan moet je tegen hem zeggen: De Eeuwige kondigt
aan: Jullie zelf drukken Mij als een last op de schouders, ik zal jullie dan
ook afwerpen. Als zo iemand dus zegt: De Eeuwige
legt jullie dit op, dan zal Ik hem straffen, hem en zijn hele gezin. Zeg niet
meer dat Ik jullie iets heb opgelegd. Die uitspraak zal Ik jullie kwalijk
nemen. Want dan verdraaien jullie Mijn woorden, terwijl Ik de levende G’d ben,
de almachtige Heer, jullie G’d.” (vhymry Yir’m’yahu
[Jeremia] 23:33, 34 en 36, GNB). Laat dit een duidelijke waarschuwing zijn om
niet in deze dwaalleer mee te gaan, want de Eeuwige heeft aangekondigd dat Hij
Zelf al die profeten, evangelisten, priesters, dominees of wie dan ook die het
in verband met de Tora nog over een ‘last van
de Eeuwige’ of over een ‘slavenjuk’ hebben zal
straffen, samen met hun hele families, want daarmee verdraaien zij de woorden
van de levende G’d. Zij spelen letterlijk en vuur en zullen zich lelijk
verbranden! Bovendien is het een pure manipulatie om Galaten 5:1, waarin Sha’ul schrijft dat de Mashiach
ons heeft vrijgemaakt en dat wij ons niet wederom een slavenjuk moeten laten
opleggen, op de Tora te betrekken. Eeuwenlang hebben christenen deze tekst op
de Tora betrokken om daarmee aan te tonen dat
we vrij zijn van de wet. Maar Sha’ul bedoelde
hier met het slavenjuk niet de Tora, maar de
besnijdenis van niet-joden omdat onder het oude verbond met name de niet-joodse
slaven op gedwongen basis werden besneden, want alleen al in Genesis 19:9-14
werd er tot vier keer aan toe nadrukkelijk vermeld dat de vreemdelingen die
voor geld zijn gekocht, besneden moesten worden. Slaven werden voor geld
gekocht, geen vrije mensen! Deze slaven hadden geen keuze en kunnen daarom op
geen enkele wijze met de gelovigen uit de volken geassocieerd worden die uit
vrije wil voor Yeshua gekozen hebben. Deze
vreemdelingen waarover in TeNaCH gesproken
wordt waren niet besneden omdat ze zich door bekering bij de Israëlieten
aansloten, maar omdat ze voor geld gekocht waren. Voor deze niet-joodse slaven
was derhalve de gedwongen besnijdenis daadwerkelijk een slavenjuk, en daar doelde
Sha’ul op toen hij in vers 1 van Galaten 5
schreef, dat de gelovigen uit de volken zich niet wederom een slavenjuk moeten
laten opleggen door zich te laten besnijden. Ik laat het even in het midden of
het op onkunde berust of dat men deze tekst steeds opnieuw heel bewust op de Tora betrekt waardoor G’ds heilige Wet, die door de
apostel Jacobus ‘de volmaakte wet der vrijheid’ genoemd wordt (Jac. 1:25), als
een slavenjuk ervaren wordt. Feit is in elk geval dat het onjuist begrijpen van
bepaalde teksten in de brieven van Paulus bij velen de verkeerde gedachte
oproept dat het door het offer van Yeshua niet
meer noodzakelijk zou zijn om G’ds geboden en inzettingen te houden en de
gelovigen derhalve vrij zouden zijn van de wet. De apostel Petrus waarschuwde echter
nadrukkelijk, dat in de geschriften van Paulus "een en ander moeilijk
te verstaan is, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen
verderf, verdraaien, en dat doen ze trouwens ook met de overige
geschriften!" (2 Petrus 3:16). Helaas hebben zij door de eeuwen heen
ontelbare oprechte gelovigen, die op de deskundigheid van hun voorgangers en
bijbeluitleggers vertrouwden, op een dwaalspoor gebracht. En dat gebeurt nog
steeds! Daarom geeft Sha’ul [Paulus] ons het
dringende advies: "Toetst alles en behoudt het goede!" (1
Tessalonicenzen 5:21). Het juiste onderzoek naar de waarheid moet gebaseerd
zijn op het bijbelse principe dat op de “verklaring van twee of drie
getuigen elke zaak vaststa” (Deut.19:15). Een bijbeltekst moet derhalve
altijd bevestigd worden door twee of drie andere teksten met dezelfde
strekking. Juist in zulke belangrijke kwesties zoals de vraag of de Tora nog wel of niet van toepassing is moet de
conclusie gebaseerd zijn in overeenstemming met alle schriftgedeelten over dit
onderwerp en niet slechts op luttele tekstfragmenten die bovendien vaak oog nog
uit de context worden genomen!
Wij zullen Romeinen 8:1-10 daarom
nu vers voor vers onderzoeken aan de hand van diverse vertalingen: Laten we
beginnen met vers
We gaan verder naar vers 2: “Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods!” (NBG). Wij zijn dus niet vrijgemaakt van G’ds wet zoals velen denken, maar van de wet der zonde. In ‘Het Boek’ komt dit iets duidelijker naar voren: “Doordat u met Christus Jezus verbonden bent, geldt voor u de nieuwe wet: de wet van de Geest, de wet van het leven. U bent losgemaakt uit de wurgende greep van de zonde en bevrijd uit de macht van de dood.”
In vers 3 komt nu een belangrijk
aspect aan de orde, namelijk de misvatting dat wij door het houden van de
geboden onze behoudenis zelf zouden willen bewerken. Niets is minder waar. Ik
zal dit vers daarom eerst gaan citeren uit de vertaling van de Groot Nieuws
Bijbel en daarna uit ‘Het Boek’: “Wat de wet van Mozes niet kon, omdat ze
machteloos was door ons zondige bestaan, dat deed G’d. Hij heeft zijn Zoon in
datzelfde zondige bestaan gestuurd als een offer voor de zonde, en daarmee de
zonde juist binnen dit bestaan zelf veroordeeld.” - “Het was voor de Wet
niet mogelijk te bevrijden, omdat zij stukliep op de zwakheid van de menselijke
natuur. Daarom heeft G’d Zijn eigen Zoon gestuurd, die net als de zondige
mensen, een menselijk lichaam had. Om ons te bevrijden van de zonde heeft Hij
het oordeel van G’d op Zich genomen.” U ziet dus dat het nooit de bedoeling was dat de Tora ons zou bevrijden,
maar slechts gegeven is om G’ds wil, Zijn geboden, regels en inzettingen aan
ons bekend te maken. Voor het overtreden daarvan moesten dieren geofferd
werden. “Doch door die offers werden de zonden slechts in gedachtenis
gebracht, maar het is onmogelijk, dat het
“Zo kunnen wij nu volbrengen
wat de wet van ons eist: want we leiden geen leven meer zonder G’d, maar we
leven volgens de Geest van G’d!” (GNB). - “Nu wordt aan de eis van de
wet voldaan, want wij doen niet meer onze eigen zin, maar laten ons leiden door
de Heilige Geest!” (Het Boek). Door het offer van Yeshua
en Zijn opstanding uit het graf is de macht der zonde en des doods gebroken en
tenietgedaan en daarom kunnen de gelovigen nu wél vanuit de
In dit vers laat Sha’ul
ons haarscherp zien wat het verschil is tussen het wandelen naar het vlees en
het wandelen naar de Geest. Met andere woorden: hij houdt ons de spiegel voor
en na het lezen van deze tekst mogen wij bij onszelf te rade gaan aan welke
kant wij staan, of wij nog steeds de voorkeur aan geven om ons leven te laten
bepalen door onze oude zondige natuur of dat wij ervoor gekozen hebben om onder
de leiding van G’ds Geest Zijn wil te gehoorzamen: “Want zij, die naar het
vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn,
hebben de gezindheid van de Geest!” (NBG). “Wie zijn eigen zin doet,
denkt en leeft alleen op natuurlijk vlak. Maar wie zich door de Heilige Geest
laat leiden, denkt en leeft geestelijk!” (Het Boek). “Wie zich door zijn
eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest
wil!” (NBV). Wat de Geest wil lijkt mij
wel duidelijk: Hij wil dat wij doen wat G’d van ons vraagt en Zijn geboden
naleven, niet vanuit dwang en wetticisme, maar vanuit liefde en dankbaarheid.
Aan ons de keuze: de eeuwige dood of het eeuwige leven?
Paulus schrijft: “Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de
Geest wil brengt leven en vrede!” (NBV). “Het alleen maar doen van uw
eigen zin leidt tenslotte tot de dood. Maar de
En nu zijn wij dus aangekomen bij het vers dat de kern van deze bijbelstudie vormt. Nu gaat het dus niet meer alleen om de vraag of men Yeshua wel of niet heeft aangenomen als Heer en Verlosser, en het gaat er niet meer alleen om de vraag of men wel of niet in G’d gelooft. Nu is het echt de vraag of wij ons wel of niet willen onderwerpen aan Zijn wet en aan Zijn gezag. De kenmerken van onze menselijke natuur zijn luiheid, gemakzucht, ijdelheid, begeerte, gierigheid en hebzucht met betrekking tot onszelf, nijd en afgunst met betrekking tot anderen, en in het bijzonder afkeer van gezag. Elke leidinggevende zowel in het bedrijfsleven alsook in de kerk en synagoge kan daarover meepraten wat dat laatste betreft. Afkeer van gezag kom je echt overal tegen en velen van ons hebben daar last van in meer of mindere mate. Laten we eerlijk zijn. Het begint al in het gezin. Veel kinderen onderwerpen zich niet meer het gezag van hun ouders en men noemt het dan de opstandige jeugd. Veel huwelijksproblemen vinden hun oorsprong ook in het feit dat de moderne geëmancipeerde vrouw zich niet meer onderwerpt aan het gezag van haar man, die door G’d zelf is aangesteld als hoofd van het gezin en ontneemt hem daarmee zijn bijbelse positie met alle gevolgen van dien. En zoals u weet is het huwelijk tussen man en vrouw een afspiegeling van de relatie tussen G’d en mens en daarom is het niet verwonderlijk dat de mens ook moeite heeft met het gezag van G’d. Vandaar dat velen moeite hebben met de Tora. Wees nu eens eerlijk tegenover uzelf: als u zegt dat u vrij bent van de wet en denkt alles te mogen doen en alles te mogen eten wat door de wet verboden is, doet u dat dan uitsluitend omdat u er zelf heilig van overtuigt bent dat G’d nu alles toelaat wat Hij eerst verboden heeft, dat Hij nu alles goed vind wat eerst een gruwel in Zijn ogen was? Gelooft u echt dat G’d nu met twee maten meet en nu bij de christenen alles door de vingers ziet waarvoor Hij Zijn eigen volk Israël keer op keer streng gestraft heeft? Gelooft u echt dat u rustig een karbonaadje of een garnaaltje mag eten en op de sabbat mag werken en kopen terwijl G’d een Jood daarvoor liet stenigen? Gelooft u nu echt dat G’d net zo wispelturig is als de mens en ook wel eens van gedachten kan veranderen? Als u dat gelooft, dan heeft u een ander geloof dan ik. Ik geloof dat G’d niet verandert, want Hij is gisteren, heden en in eeuwigheid dezelfde! Bovendien heeft Yeshua zelf ook heel nadrukkelijk gezegd dat Hij niet gekomen is om de wet en de profeten te ontbinden, maar om er juist de volle betekenis aan te geven. Om er geen misverstand over te laten bestaan heeft Hij daar nog aan toegevoegd: “Ik zeg u met nadruk: Tot de hemelen en de aarde vergaan, zal nog geen letter van de wet afgedaan hebben. Alles moet eerst volbracht zijn. Wie tegen de mensen zegt dat het niet zo nauw luistert en zelfs maar het kleinste gebod afschaft, zal de kleinste zijn in het Koninkrijk van de hemelen. Maar wie zich aan G’ds wetten houdt en anderen leert dat ook te doen, zal groot zijn in dat Koninkrijk!” (vhyttm Matityahu [Mattheüs] 5:17-19). Als u desondanks nog steeds denkt vrij te zijn van de wet en als u zich derhalve niet wilt onderwerpen aan de wet, dan kunt u anderen wel wijsmaken dat u vervuld bent met de Heilige Geest, maar G’d kunt u niet voor de gek houden. Hij kijkt namelijk in uw hart en ziet dat u nog gewoon de gezindheid van het vlees hebt: “Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen G’d; want het onderwerpt zich niet aan de wet G’ds; trouwens, het kan dat ook niet!” (NBG). “Onze eigen wil staat vijandig tegenover G’d, want hij onderwerpt zich niet aan Zijn wet en is daar ook niet toe in staat!” (NBV). “Onze eigen zin gaat recht in tegen de wil van G’d. Hij onderwerpt zich niet aan G’ds wet en kan dat ook niet!” (Het Boek).
“Wie zich door zijn eigen wil
laat leiden, kan G’d niet behagen!” (NBV). “Mensen die alleen maar hun
eigen zin doen, kunnen G’d dan ook niet tevreden stellen!” (Het Boek).
Zoals gezegd: sommige christenen die denken dat de
wet voor hun niet van toepassing zou zijn en daarom zonder er een probleem mee
te hebben gewoon de verkeerde feesten vieren, de verkeerde dag heiligen en
alles eten dat een gruwel is in G’ds ogen mogen zich rustig afvragen of zij G’d
daarmee kunnen behagen. Uit deze tekst blijkt duidelijk dat dit echt niet het
geval is. Wij kunnen G’d alleen maar behagen door onszelf in gehoorzaamheid aan
Hem toe te wijden.
Bij het schrijven van vers 9 gaat
Sha’ul [Paulus] er automatisch van uit dat de
gelovigen van Rome aan wie deze brief gericht is inderdaad vervult zijn met de
Heilige Geest en zich dan ook daadwerkelijk door Hem laten leiden. Het komt
gewoon niet bij hem op dat er in latere tijden misschien gelovigen zouden zijn
die weliswaar van zichzelf zeggen dat ze geestvervulde christenen zijn, maar
zich evengoed niet onderwerpen aan G’ds wet. Zulke mensen ziet hij dan ook
helemaal niet als medegelovigen. En daarom schrijft hij ook zonder te aarzelen:
“Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van G’d
woont in u. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort
Christus ook niet toe!” (NBV). “Met u is het anders. U doet niet meer uw
eigen zin, maar laat u leiden door de Geest; tenminste als de Geest van G’d in
u woont. Als u de Geest van Christus niet hebt, hoort u ook niet bij Hem!”
(Het Boek). Keihard maar ook glashelder! Als
christenen zich niet onderwerpen aan de wet van G’d omdat zij die als
afgeschaft beschouwen en zich derhalve ook niet laten leiden door de Geest, dan
kan Hij ook onmogelijk in deze mensen wonen. En als de Geest van Yeshua niet in hen woont,
dan behoren zij Yeshua ook niet toe. Zelfs al doen zij nog zo geestelijk en
roepen nog zo vaak “Here Here!” en “Halleluja, prijst de Heer!”,
dan nog zal Yeshua keihard tegen hen zeggen: “Ik heb u nooit gekend; gaat
weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid!” (vhyttm Matityahu
[Mattheüs] 5:17-19), want zij zijn inderdaad
wetteloos omdat zij G’ds wet niet in acht nemen en Zijn geboden niet naleven.
Daar willen wij toch niet bijhoren?
Paulus gaat verder: “Als Christus echter in u leeft, bent u door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door G’d als rechtvaardigen bent aangenomen!” (NBV). “Door de zonde is uw lichaam onderworpen aan de dood. Maar als Christus in u woont, is uw geest levend omdat G’d u als rechtvaardig beschouwt!” (Het Boek). Als wij vervuld zijn met de Heilige Geest, dan hebben wij ook Yeshua in ons hart, en als Hij in ons woont, dan geeft Hij ons nu reeds een voorproefje voor het eeuwige, verheerlijkte leven dat ons straks te wachten staat. Natuurlijk zullen wij nog blijven zondigen zolang wij in dit sterfelijke lichaam zijn, “want de geest is gewillig, maar het vlees is zwak” (vhyttm Matityahu [Mattheüs] 26:41) heeft Yeshua zelf gezegd, en natuurlijk moeten wij elke dag opnieuw om vergeving vragen voor onze overtredingen en tekortkomingen, maar G’d verwacht ook helemaal niet dat wij alle 613 geboden en verboden stipt nakomen, want Hij weet ook wel dat wij dat niet kunnen. Waar het om gaat is ons verlangen om het in elk geval te proberen en ons streven om daarin zoveel als mogelijk te voldoen en niet bij voorbaat al zeggen: “Ik begin er niet aan, want geen mens kan de hele wet houden!” Ziet u wat ik bedoel? Als u Yeshua echt in uw hart hebt, dan zult u ook de hartsgesteldheid hebben om het in elk geval te proberen om de wil van Zijn Vader te doen en Hij heeft u beloofd dat Zijn Geest u daarbij zal helpen en u daarin zal leiden.
Conclusie
In de bijbel vinden wij vele namen voor Ruach haQodesh, de Heilige Geest, maar de naam die Yeshua zelf meerdere malen specifiek gebruikt, is de Geest der waarheid: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen: doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, dan zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid...” (]nxvy Yochanan [Johannes] 16:12-13a). Wat is de volle waarheid tot wie de Geest der waarheid ons de weg zal wijzen? David, de psalmist, zegt tegen Adonai: "Uw wet is de waarheid!" (,ylht Tehilim [Psalmen] 119:142). De Tora is dus de waarheid zoals duidelijk blijkt uit deze bijbelstudie, maar Yeshua heeft ook gezegd: “Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen…” (]nxvy Yochanan [Johannes] 15:26). De Geest van de waarheid zal dus enerzijds de weg wijzen naar de Tora, die door David de waarheid genoemd wordt, maar tegelijkertijd ook van Yeshua getuigen, die van Zichzelf zegt dat Hij zowel de weg alsook de waarheid is: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven!” (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:6). De Tora is de waarheid, maar Yeshua is de levende Tora, want er staat geschreven: “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 1:14). In Romeinen 8:7 hebben wij gelezen dat onze eigen wil vijandig staat tegenover G’d, want hij onderwerpt zich niet aan Zijn wet en Zijn geboden, maar Yeshua zegt: “Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij Mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:15). Deze woorden van Yeshua zijn nog steeds actueel, want de wereld kan de Geest der waarheid inderdaad niet ontvangen omdat zij zich niet wil en niet kan onderwerpen aan de wet van G’d, de waarheid. Zij kent Hem niet, maar wij kennen Hem, want Hij blijft bij ons en is in ons. Kent u Hem nu ook? Laat u zich nu ook leiden door de Geest der waarheid en heeft u besloten om de knop om te draaien en voortaan rekening te houden met G’ds geboden en Zijn inzettingen of bent u nog steeds van mening dat u vrij bent van de wet? Aan u de keus…